De waarschuwing die ik negeerde…

Het was een mistige dag en het regende veel. Door de drukte rondom Glencoe besloot ik een stukje zuidelijker te gaan rijden naar een iets onbekender gebied. Ik zie op de kaart ‘’Fairy Bridge’’ staan en dat trekt mijn aandacht. Hier wil ik naartoe!
De foto’s zien er mooi uit en ik ben altijd in voor wat magie en folklore.
Zonder het op dat moment te weten, was ik onderweg al langs een plek gereden die later onverwacht een belangrijke betekenis in dit verhaal zou krijgen.
Aangekomen op de parkeerplaats voelt de sfeer anders…
Het is druk genoeg op deze kleine plaats en ik kan de vinger er niet op leggen wat het is dat ik voel. Ik ben moe en heb trek en dacht dat het daar vandaan zou komen dus besloot eerst even iets te eten en te drinken. Het was al later op de middag, tegen 17:00 uur voordat ik deze wandeling zou beginnen en realiseerde me op dat moment dat ik alleen ontbeten had.
Nadat mijn maag gevuld was, kijk ik of ik ergens een beginpunt kan vinden. Deze zie ik niet…
Ik open Google Maps en na wat research kom ik er niet heel veel wijzer uit en besluit toch internet te raadplegen hoe ik het beste kan wandelen naar deze brug.
Er wordt aangegeven dat ik eerst een stuk de geasfalteerde weg moet volgen en er uiteindelijk een klein bospaadje rechts van mij tevoorschijn komt. Daar zou ik de weg kunnen vervolgen en kom je vanzelf uit bij de Fairy Bridge.
Ik wandel een stukje en voel dat er iets over deze ‘’buurt’’ hangt. Ik kan er nog steeds niet de vinger op leggen. Het is dan ook wel iets later, maar het zou nog uren licht blijven…
Vaak als de schemer valt kan een bos opeens heel anders en bedrukkend, bijna bedreigend aanvoelen.
Maar dat was niet het geval.
Ik hoor in de verte een hond blaffen nadat er een grote vrachtwagen met allemaal boomstammen door dit kleine straatje dendert. Een straatje die al amper breed genoeg is voor één auto, laat staan een hele vrachtwagen. Ik kan me voorstellen dat deze hond erg onder de indruk is en zich een beetje bedreigd voelde. Dan voel je je toch erg kwetsbaar aan de zijkant van dit weggetje.
Ik begroet de mensen en wandel verder. Uiteindelijk zie ik op de kaart dat ik nu naar rechts moet en ik kijk en zie een paadje schuin omhoog het bos in gaan. En met ‘’paadje’’ bedoel ik plat gedrukt gras en onkruid, dat nog geen 20 cm breed is. Er staat een klein busje bij geparkeerd tegenover een huis. Ik wandel een klein stuk omhoog en dat vreemde gevoel wordt sterker.
Ik zie al gauw een vervallen schuurtje of iets wat er op lijkt waarvan de schoorsteen nog als enige rechtop staat. Ik begin serieus te twijfelen of ik niet in iemand z’n achtertuin wandel. Ik wandel nog een klein stukje verder en er komt een iets breder paadje, nog steeds onverhard en een wandelpad kun je het niet noemen, het gaat vrij steil omhoog over allemaal wortels van bomen. Links zie ik twee grote ijzeren rechthoekige kisten in de grond van pakweg twee bij vier meter gegraven. Er zit een slot op met een deurtje en ik kon er niets aan doen, maar dan gaan toch een paar horrorfilms door je hoofd heen.
Ik ben er zelfs naartoe gelopen om te luisteren of ik niemand hoorde…
Je weet maar nooit…
Het onbehaaglijke gevoel bekruipt me meer en meer. En op het moment dat ik twijfel om om te draaien hoor ik een man met twee kinderen aankomen. Het stelt me gerust omdat ik nu officieel weet dat dit een pad is wat vrij toegankelijk is en op de een of andere manier blij om andere mensen even te zien en te horen in dit vreemde bos.
Ik vervolg de weg en een kleine 20 minuutjes later zie ik een prachtig grote, hoge, oude dennenboom. Hij is wel meer dan 30 meter hoog, als niet hoger, en ik kon voelen dat deze er zeker al eeuwen stond. Ik ga tegen de boom aanstaan, maar in plaats van rust, veiligheid en aarding, merk ik dat ik me nog steeds niet op mijn gemak voel.
Ik kan het bruggetje wel al zien vanaf deze plek. Rond de brug circuleren verschillende verhalen dat het een plek zou zijn waar fairies samenkomen. Waar de menselijke wereld en de wereld van de fairies elkaar raken…
En in sommige moderne vertellingen wordt zelfs beweerd dat wie de brug oversteekt ‘’verandert’’ terugkeert of dat zijn leven daarna ten goede verandert.
Ik ben altijd in voor magie en gefascineerd door dit soort plekken, wat ook de reden was dat ik hier naartoe ben gekomen. Ik ben helemaal alleen. In het begin ben ik nog verwonderd door de mooie brug en de waterval die erachter tevoorschijn komt en onder de brug doorstroomt.
Ik maak een aantal mooie foto’s en ook de GoPro komt naar buiten om mezelf vast te leggen bij deze mooie, magische elfenbrug. Op het moment dat mijn aandacht niet meer naar de telefoon of GoPro gaat voor het perfecte plaatje, ga ik voelen of ik contact kan leggen met deze bijzondere plek en wie weet de elfjes.
Weer bekruipt me een onbehaaglijk gevoel. Ik weet dat er in de buurt een oude dennenboom op een grote steen moet staan wat vrij uniek is en het bezichtigen waard moet zijn, maar wederom staan nergens bordjes, paaltjes of iets van een route en heb ik geen idee welk van de 4 paadjes ik moet ingaan.
Ik sta een tijd op de brug om Google Maps opnieuw te raadplegen en later internet voor meer informatie. De internetverbinding is erg traag en ik probeer nog steeds mijn gevoel te ontcijferen. Is het de magie van de elfen… of is dit iets anders…?
Hoe langer ik daar alleen op de brug sta, hoe bedrukkender mijn gevoel wordt. Ik hoor geluiden die ik niet kan plaatsen. Ik voel een aanwezigheid die ik niet kan duiden, zie beelden die ik probeer te verdringen en besluit nadat eindelijk duidelijk is welk paadje ik moet nemen, deze te volgen.
Het pad is modderig, drassig en zo nat dat ik soms wel 10 cm de grond inzak. Het paadje wordt al gauw erg verwilderd en voor ik het weet loop ik tussen hoog gras, planten en bomen en hoor ik fluisteringen en geluiden die niet thuishoren in de tijd dat ik hier loop. Ik kom langs een vervallen, oude ‘’Bothy’’ zoals ze dat in Schotland noemen. En mijn nieuwsgierigheid wint het nog steeds van mijn verbeelding. Ik kijk naar binnen en denk alleen maar, bah, wat een spookding. Hier zou ik niet in willen slapen.
Ik wandel door en voel nu zó’n bedrukkend gevoel dat ik twijfel om terug te keren. Ik hoor een hond in de verte blaffen en er is niet echt een spoor van menselijkheid. Het is inmiddels 17:45 uur. Ik hoor een brommend motorgeluid en zie iets van metaal, waardoor mijn brein dacht dat er een parkeerplaats was. Super! Er zijn dus wel mensen, ik zit dus goed en blijkbaar is de boom van die kant ook te bereiken. Dat verklaart ook het geblaf eventueel van een hond. Het was net voldoende om mezelf toch nog te motiveren een stukje door te lopen.
Als ik doorloop blijkt het brommende geluid een aggregaat te zijn midden op het einde van dit drassig pad, zo geparkeerd dat het bijna onmogelijk is er langs te lopen en bekruipt me het idee dat dit mogelijk de bedoeling is van diegene die deze geplaatst heeft. Gelijk komt dat onbehaaglijke gevoel terug, maar weet ik ook dat ik er bijna zou moeten zijn, over 30 meter om precies te zijn volgens de navigatie en ik vind het zonde om nu om te draaien en dat onbehaaglijke pad voor niets te hebben genomen.
Ik ga naar rechts een klein heuveltje op en zie rechts een auto geparkeerd. Wederom slaak ik een zucht van opluchting. Dan toch! Toch een parkeerplaats, ik loop ietsje verder en zie links nog een auto, maar dan ook een huis met open poort. Nu verstikt me dit gevoel enorm. De boom staat op een erf, is zo afgestorven als wat en dit huis ligt akelig alleen afgelegen en wilt duidelijk geen bezoekers. Ik denk aan de blaffende hond en ben bang dat deze bij dit erf hoort en me zo dadelijk met zijn tanden komt begroeten, dus ik voel aan alles dat ik gelijk om moet draaien en weg wil!
Terug op dit drassig paadje omgeven door hoge struiken, gras en bomen voelde ik me aan alle kanten bekeken. De beelden worden sterker, de geluiden aanweziger.
Het gefluister uit de bosjes, de ogen die branden in mijn rug en op het pad dat voor me ligt. De beelden van een man die me achterna zit waarvan zo realistisch dat ik geregeld uit reactie omkijk van schrik doordat ik het gevoel heb dat mijn schouder wordt vastgepakt.
Ik ben blij dat ik wat ervaring heb in trailrunning, want dat is precies wat ik ben gaan doen! Met zware, lompe, natte bergschoenen en het gefluister achter mij, het geritsel in de bosjes en de ogen die brandden in mijn rug ben ik gaan rennen!
Ik was 30 minuten verwijderd van de bewoonde wereld en dan zijn deze minuten lang! Het rennen zorgde ervoor dat ik in 10/15 minuten terug was, waarbij ik af en toe echt werd vastgepakt, omkeek uit schrik, vloekte dat ze me met rust moeten laten, wie dit dan ook mag zijn, en nog harder ging rennen! De beelden gingen niet uit mijn hoofd van deze man die me bleef achtervolgen.
Aangekomen op geasfalteerde weg en enigszins bewoonde wereld wist ik één ding! Hier ga ik nooit meer terug en ik wil hier zo snel mogelijk weg! Ken je van die snelwandelaars? Die mensen die de heupen soepeltjes van links naar rechts bewegen met extreme armbewegingen, alles behalve comfortabel uitziet, maar op die manier proberen het leven zelf in te halen ofzo? Geen idee waarom die mensen zo wandelen, maar ik kan je vertellen op dat moment was ik er zo een! Ik liep terug naar mijn bus en ben gelijk vertrokken. Na zo’n 10 minuutjes rijden kom ik uit op een prachtige open plek bij Loch Creran, waar nog een camper staat en ik besluit dat dit een prachtig plekje is voor vanavond.
Ik ben niet alleen en het is een open, rustig, serene plek langs een weg.
Het uitzicht is fenomenaal en ik probeer mijn eerdere ervaring los te laten en te genieten van de voetjes in het water, uitkijkend op dit mooie meer en mijn lach in te houden op het moment dat mijn buurman een half uur flink heeft liggen pompen om zijn SUP-board klaar te maken om vervolgens na vijf minuten op het water te zijn en met kleren en al in het water valt, wat behoorlijk koud is. Waardoor zijn hele avontuur snel afgelopen was en hij weer een half uur alles heeft opgeruimd.
De volgende ochtend zijn mijn buren vroeg vertrokken en sta ik heerlijk alleen met mijn huisje te genieten van deze prachtige zonnige ochtend uitkijkend over een rustig meer.
Niet veel later stopt er een witte auto en deze vrouw gaat het strandje op wat erbij ligt. Ik ben zelf druk in de weer met administratie rondom Be The Light Journey en geef er niet veel aandacht aan. Een uurtje later hoor ik opeens iemand roepen, dus ik geef een seintje terug dat ze gewoon naar mijn bus toe mag lopen.
Ze staat met een gevuld, zwart hondenpoepzakje voor me en zegt iets in het Schots, wat echt wel een ander accent is dan Engels en ik dacht dat ze wilde vragen of dit van mij was, waarop ik antwoord dat dit niet van mij is maar ik het niet netjes vind van degene die dit achter heeft gelaten.
Ze vraagt vervolgens of ik het wil? Ik keek haar met een onnozele blik aan, wat voor haar denk ik behoorlijk grappig moet hebben uitgezien en vertel dat ik vaak als ik iets van troep zie liggen dit opraap en weggooi maar ‘’shit’’ niet in mijn prullenbak wil in verband met de stank…
Ze begint te lachen en zegt nee! Dit is een delicatesse, het zakje is van mij. Ze woont iets verderop en had toen het eb was bij deze prachtige loch allemaal slakken en oesters opgeraapt. Ze vertelde dat ik ze niet verser kon krijgen en vroeg of ik ze wilde proberen? Ze legde uit hoe ik ze kon bereiden en ik gaf aan dat ik het nog nooit had geproefd en wel eens wilde proberen.
Zo raakten we in gesprek en vroeg ik of ze een kopje koffie of thee wilde en niet veel later zat ik opeens met een lokale, lieve dame in de bus die vol trots over haar omgeving praatte.
Zo begon ze uit het niets dat hier een bijzonder kerkhof ligt, ietsjes verderop. Een die je niet zoveel zult zien…
Ze vertelde niet erbij waarom, maar ik sloeg het wel op in mijn geheugen om er de dag erna misschien even langs te gaan.
Toen begon ze over de Fairy Bridge, die hier verderop ligt, en dat dit ook een bezoekje waard is.
Ik keek haar aan.
Daar ben ik gisteren geweest, vertelde ik. Het is een prachtig bruggetje, maar de energie voelde niet oké. Ik deelde een aantal ervaringen die ik daar had meegemaakt.
Nu keek zij mij nieuwsgierig aan…
Toen begon ze te vertellen dat het bijzonder is dat ik dat heb gevoeld. Ze was van de bekende Campbell Clan en gaf aan dat er in en rondom dit gebied veel geschiedenis is. Zo zou in dit gebied achter de Fairy Bridge, de beroemde Appin Murder hebben plaatsgevonden, waar ik tot op dat moment nog nooit van had gehoord. Een moord die op de dag van vandaag nog niet is opgelost en nog steeds in de archieven bewaard wordt. Ook vertelde ze dat er op die wegen veel andere moorden en donkere dingen zijn gebeurd die het daglicht nooit hebben gezien, verhalen die ze niet eens mocht vertellen.
Het wekte mijn nieuwsgierigheid, maar uit respect durfde ik ook niet door te vragen omdat ze zojuist aangaf bepaalde dingen niet eens te mogen vertellen.
Ze vond het dan wel bijzonder dat ik dit had gevoeld en had ervaren op deze plek. Ook gaf ze aan dat waar ik nu stond het mooiste plekje is van alle plekken in de omgeving die ik kon vinden. Je keek recht over de loch tegen de bergen aan met zelfs uitzicht op de bergen van Glencoe. Je stond in één lijn met de Fairy Bridge en Glencoe.
Voordat ze weer vertrok en we elkaar een prettige dag wensten, gaf ze aan dat deze plek net een portaal is zo mooi…
Later die dag lieten deze woorden mij niet los en bleef ik terugdenken aan de ervaringen van gisteren, de vrouw die vandaag op mijn pad kwam… dat ze aangaf om naar het kerkhof te gaan, de beroemde Appin Murder en de uitspraak over het portaal. Wat had dit alles met elkaar te maken?
Op dat moment had ik al behoorlijk wat te verwerken waardoor het nog niet helemaal binnendrong allemaal.
’s Avonds toen ik alleen op deze stille plek in bed lag in mijn camper, gezien mijn buurman die ochtend was vertrokken, ben ik wat meer onderzoek gaan doen over de Appin Murder en kwam meer te weten over de Stewarts, Campbells, de Slag bij Culloden en ook diegene die vals beschuldigd is en is opgehangen en voor 1,5 jaar is blijven hangen op gruwelijke wijze om het volk af te schrikken…
Mijn interesse en aantrekkingskracht wordt alleen maar groter om het verband te begrijpen met de ervaring die ik had.
Pas later in bed toen ik meer onderzoek deed, begon ik te voelen dat dit iets bijzonders was en het niet voor niets over mijn pad kwam.
Aangezien het inmiddels half 1 in de nacht was en de ervaringen van de dag ervoor me opnieuw de kriebels gaven, besloot ik even iets ”luchtigs” als afsluiting te kijken, aangezien ik daar in the ‘’middle of nowhere’’ alleen stond, nog steeds uitkijkend in één lijn op de Fairy Bridge en het punt dat later belangrijker lijkt dan ik toen had kunnen voorstellen. De dag erna ben ik naar Old Appin Kirk, het kerkhof, gegaan waar deze vrouw het over had.
Hier kwam ik er pas achter dat hier de oorspronkelijke grafsteen van Culloden Moor stond.
Bij Culloden vochten ongeveer 300 mannen in het Appin-regiment aan Jacobitische zijde.
De steen stond daar aan het hoofd van het graf van de Stewarts of Appin waar 92 officieren en mannen van de Stewarts of Appin die tijdens de slag bij Culloden op 16 april 1746 omkwamen. Later, in 1908, is deze steen overgeplaatst naar het kerkhof waar ik me nu bevond.
Na de nederlaag werden de bezittingen van verschillende Jacobitische leiders door de Kroon in beslag genomen. Charles Stewart of Ardsheal, die de Appin-mannen bij Culloden had aangevoerd, vluchtte uiteindelijk naar het buitenland en zijn land werd definitief aan de Staat verklaard.
Daarmee veranderde iets fundamenteels in Appin. Stukken land die jarenlang onder de Stewarts hadden gestaan, kwamen onder beheer van de regering.
En daar verschijnt Colin Roy Campbell of Glenure, de man die later bekend zou worden als ‘’de Red Fox’’, het slachtoffer van de bekende Appin Murder. Hij werd feitelijk beheerder namens de overheid van de definitief aan de Staat verklaarde Stewart-landgoederen. In mei 1752 was hij onderweg in verband met veranderingen en uitzettingen van huurders op die landgoederen toen hij in het bos van Lettermore werd doodgeschoten.
Vervolgens werd James Stewart of the Glens, die zich juist tegen die veranderingen en uitzettingen had verzet, gearresteerd. Hij werd niet veroordeeld omdat bewezen was dat hij zelf had geschoten, maar als medeplichtige. De werkelijke schutter is tot op heden niet met zekerheid vastgesteld. James werd op 8 november 1752 bij Ballachulish opgehangen.
En nadat ik dat op dit bijzondere kerkhof zit te lezen wordt mijn interesse opnieuw gewekt en zo zocht ik het graf van de vermoorde Colin Roy Campbell op om te gaan bezichtigen. Ik zoek op waar dit is en lees dat ik geluk heb dat het überhaupt open is. Het is maar een paar maanden per jaar geopend en alleen op woensdag zijn ook de tuinen te bezichtigen die erbij liggen. Ik kijk op mijn telefoon wat voor dag het überhaupt is en zie dat het woensdag is! Dat kan geen toeval meer zijn! Zo voelt het althans niet.
Mijn rit werd vervolgd naar Ardchattan Priory waar de vermoorde Red Fox, oftewel Colin Roy Campbell zou zijn begraven. Bij aankomst is er een grimmige sfeer, echt één voor in de films.
Het is bewolkt, regenachtig en af en toe wat mist. Ik wandel het lange paadje op en kom uit bij de poort van de overgebleven ruïne met grafstenen. Het gevoel helemaal alleen te zijn overvalt me intenser dan ik had verwacht en ik merk dat ik op waakstand sta.

Als ik het ijzeren poortje open, komt hier zó’n piepend geluid vanaf, dat ik kippenvel krijg tot op mijn rug, ik moet lachen van de zenuwen en voel hoe ironisch dit is met de films, maar voel ook hoe ik letterlijk een andere dimensie instap. Hoe de energie veranderde…
Ik kijk zorgvuldig naar de ruïne en de grafstenen die hier al vanuit de middeleeuwen zijn geplaatst. Ik voel bewust de energie die hier hangt. Het is onbeschrijfbaar. Het is net of je letterlijk teruggaat in de tijd. Ik kreeg wederom beelden van begrafenissen, de middeleeuwen, de Red Fox, hoe de stoet hem hiernaartoe heeft gebracht en het leven van monniken die hier heeft plaatsgevonden allemaal tegelijk door elkaar alsof zich één grote tijdlijn afspeelde voor mijn ogen op deze plaats.
De energie was overweldigend en ook zwaar, bedrukkend. Iets onheilspellends en toch voelde ik me aangetrokken en bleef ik nieuwsgierig. Ondanks alle bijzondere dingen die op deze plek te vinden zijn, had ik maar één doel… het graf van Colin Roy Campbell vinden. Mijn oog valt op een hele oude, spooky grafsteen en ik wist dat ik in de buurt kwam, al kan ik niet uitleggen waarom. Ik draai me om en voelde het! Hier ligt hij! Hier moet het zijn!
Ik lees, zo goed als dat nog kan, de grafstenen, maar zie niet zijn naam. Ik ben in de war en raadpleeg internet met de vraag waar zijn graf zou moeten liggen en wat erop staat? Ik lees vervolgens dat hij bij de Campbells ligt begraven, maar zijn graf als unmarked grave wordt bevestigd door Historic Environment Scotland. Waarom zijn graf nooit van zijn naam werd voorzien, lijkt verloren te zijn gegaan in de geschiedenis.
Maar zijn verhaal zal altijd blijven voortleven….
Na dit bezoek wil ik ook de plaats bezoeken waar James Stewart of the Glens is opgehangen en op brute wijze tentoon is gesteld, voor maar liefst 1,5 jaar!
James Stewart werd namelijk niet veroordeeld omdat bewezen was dat hij Colin Campbell had doodgeschoten. De rechtbank erkende zelfs dat hij niet de schutter was. Hij werd veroordeeld als “art and part”. In het Schotse recht betekende dat dat hij volgens de jury betrokken was geweest bij of had meegewerkt aan het plan. Ook als medeplichtige kon hij daardoor de doodstraf krijgen.
Het proces zelf was buitengewoon problematisch. Het vond plaats in Inveraray, een invloedrijke en machtige plek van de Campbells. Van de vijftien juryleden heetten er elf Campbell. En degene die de zaak voorzat was Archibald Campbell, Duke of Argyll. Niet alleen Lord Justice General, maar óók het hoofd van Clan Campbell. Colin Campbell, het slachtoffer, behoorde dus tot zijn eigen clan. In die tijd selecteerde de presiderende rechter bovendien zelf vijftien juryleden uit een groep van 45 mogelijke juryleden. Een Schotse jurist gebruikte James zijn zaak later zelfs als voorbeeld van wat hij een “mockery of justice” noemde.
Daar kwam de politieke situatie na Culloden in 1746 bovenop. De Britse overheid probeerde de Highlands onder controle te krijgen en de macht van de Jacobitische clans te breken. James had banden met de Stewarts of Appin en had tijdens de Jacobitische opstand aan hun kant gestaan. Colin Campbell was juist een vertegenwoordiger van de Kroon op land dat door de overheid van de Stewarts was afgenomen. Vanuit Londen werd na de moord expliciet duidelijk gemaakt dat deze aanval op het gezag niet onbestraft mocht blijven. Historicus Rachel Bennett concludeert uit de correspondentie dat er duidelijk een sterke vastberadenheid bestond om iemand snel en voorbeeldig te straffen, ondanks de zwakke plekken in het bewijs tegen James.
Het laten hangen van zijn lichaam was geen toevallig gevolg. Het maakte expliciet deel uit van zijn vonnis.
Hij moest op 8 november 1752 worden opgehangen op Cnap a’ Chaolais, bij de Ballachulish Ferry, op een bewust gekozen goed zichtbare verhoging. Daarna moest zijn lichaam in ijzeren kettingen/constructie aan de galg tentoongesteld worden. Die plek lag dicht bij de plaats van de moord én midden in het gebied waar veel Stewarts woonden. Iedereen die de drukke ferry gebruikte, kon het lichaam zien.
Dat was dus bedoeld als boodschap:
dit is wat er gebeurt wanneer je je tegen het gezag verzet.
Dat politieke element blijkt vrij letterlijk uit de correspondentie. De Britse Secretary of State schreef na de veroordeling dat de voorbeeldige bestraffing belangrijk was voor het toekomstige bestuur van dit deel van Schotland en mensen ervan moest overtuigen dat hun welzijn lag in gehoorzaamheid aan het gezag van de koning. Historica Bennett schrijft daarom dat de zaak bijna een soort verraderlijk/politiek karakter kreeg, hoewel James formeel voor moordmedeplichtigheid terechtstond.
Ze namen zelfs maatregelen om te voorkomen dat de lokale bevolking hem een fatsoenlijke begrafenis zou geven. Zestien militairen bewaakten het lichaam. Er werd bij de galg een hut gebouwd en de bewaking bleef continu aanwezig tot april 1754, ongeveer anderhalf jaar.
Maar het wordt nóg erger. In januari 1755 meldde men dat het lichaam/skelet door het weer van de galg was gevallen. De Lord Justice Clerk gaf toen opdracht het zo snel mogelijk opnieuw op te hangen, vóórdat bekend werd dat het gevallen was en iemand de resten zou kunnen begraven.
Het gaf me kippenvel. Wat een wreed aangezicht moet dat zijn geweest. Zelfs toen zijn lichaam uiteindelijk door weer en wind van de galg viel, werden zijn resten opnieuw opgehangen. Niet om gerechtigheid te dienen, maar om een volk af te schrikken en gezag af te dwingen. Het besef dat James zelfs na zijn dood nog jarenlang als politiek machtsvertoon werd gebruikt, vond ik misschien nog wel gruwelijker dan zijn executie zelf.
En weet je nog dat monument waar ik langs reed toen ik onderweg was naar de Fairy Bridge…?
Dat was dus de plek waar James Stewart jarenlang aan de galg heeft gehangen. Ik was er die dag al langsgereden, zonder ook maar enig idee te hebben wat deze plek betekende. Zonder te weten wie James was. Zonder ooit van de Appin Murder gehoord te hebben.
Ik weet alleen nog dat ik naar dat monument keek en dacht:
Nope… hier ga ik vannacht niet slapen.
En misschien is dat wel wat me het meest bijblijft van dit hele verhaal.
Ik ging naar een Fairy Bridge omdat ik zin had in wat magie en folklore. Ik kwam terecht op een plek waar ik me ontzettend ongemakkelijk voelde, ontmoette de volgende dag uit het niets een vrouw uit de Campbell Clan en werd vervolgens steeds verder een geschiedenis ingetrokken waarvan ik een dag eerder niet eens wist dat ze bestond.
De Slag bij Culloden. De Stewarts. De Campbells. De Appin Murder. Colin Roy Campbell. James Stewart. En uiteindelijk dat monument waar ik al langs was gereden voordat ik überhaupt wist waar ik naar keek.
Misschien was de Fairy Bridge wel het portaal waar de vrouw het over had…?
Alleen misschien niet op de manier waarop ik vooraf had gedacht. Misschien gaat een portaal niet altijd over elfjes, magie of een andere wereld.
Misschien brengt het je soms juist naar iets wat allang gebeurd is, maar nog steeds voelbaar aanwezig lijkt te zijn.
Naar verhalen die onder de oppervlakte zijn verdwenen…
Naar gebeurtenissen die we liever vergeten…
Naar plekken die ons eraan herinneren hoe macht, angst en onrecht mensen kunnen tekenen, zelfs eeuwen later…
En misschien is dat uiteindelijk wel de echte vraag:
Durven we door zo’n portaal heen te stappen wanneer we niet weten wat we aan de andere kant zullen vinden?
En als we eenmaal gezien hebben wat daar ligt…
durven we het ons dan ook werkelijk te herinneren?